Vanaf 1 januari 2026 geldt er een nieuw functiegebouw. Het vernieuwde functiegebouw bestaat uit een functieboek met referentiefuncties, een functiematrix en een definitielijst. Het is door Berenschot opgesteld in samenwerking met werkgevers en werknemers in de branche.
Functiegebouw: wat is het en waarom is het nodig?
Een functiegebouw geeft een helder en gestructureerd overzicht van alle functies binnen organisaties. Het beschrijft functies en functieniveaus op een objectieve manier, waardoor er een logische opbouw ontstaat in taken, verantwoordelijkheden en de bijbehorende (minimale) beloning. Werknemers met vergelijkbare werkzaamheden vallen zo in dezelfde salarisschaal.
Voor werknemers biedt het functiegebouw bovendien inzicht in hun ontwikkelmogelijkheden: om een volgende stap te maken, moet je ook de bijbehorende taken en verantwoordelijkheden oppakken. Dat schept duidelijke verwachtingen en voorkomt discussies over beloning.
Hoe werkt het en hoe gebruik je het?
Voor de zes meest voorkomende functies in de branche is een referentiefunctie opgesteld. Elke functie is op basis van kenmerken zoals complexiteit en benodigde kennis ingedeeld in twee of drie niveaus. Deze niveaus zijn gekoppeld aan een functiegroep uit de cao. En daarmee ook aan het bijbehorende loon. In het functieboek kun je dit allemaal terugvinden.
Een voorbeeld
De functie leidinggevende kent drie niveaus: leidinggevende A, B en C. In het functieboek staan per niveau de taken en verantwoordelijkheden helder beschreven. Zo zie je in één oogopslag wat de verschillen zijn tussen de drie niveaus.
In de functiematrix vind je alle referentiefuncties overzichtelijk bij elkaar. Het is een handig hulpmiddel om andere functies in te delen.

